Last van knieschijfklachten?

Wat zijn knieschijf klachten?

De knie bestaat uit twee botstukken, het scheenbeen (tibia) en dijbeen (femur). Het botje aan de voorzijde van de knie is de knieschijf (patella). Dit is het grootste sesambot in het lichaam. De knieschijf verbindt de bovenbeenspieren (m. quadriceps femoris) middels een pees (rectuspees) over de knieschijf met de kniepees (patellapees) onder de knieschijf. De functie en belangrijkste taak van de knieschijf is het optimaal overbrengen van de kracht van de bovenbeenspieren om de knie goed te strekken. 

Tijdens het buigen en strekken beweegt de knieschijf door een groeve van het bovenbeen (de trochlea femoris). Dit noemen we het patellofemorale gewricht. De knieschijf kan stabiel bewegen door de groeve in het bovenbeen, de controle van de bovenbeenspieren en stevigheid van een aantal ligamenten (mediaal patellofemoraal ligament (MPFL) en laterale patellofemorale ligament (LPFL)).

Tijdens het hardlopen kan de kracht in het patellofemoraal gewricht vier tot zes keer het lichaamsgewicht dragen. Dat is bij iemand van 75 kilogram 300 tot 450 kilogram. Door het grote krachtenspel op de voorzijde van de knie is dit gebied kwetsbaar voor overbelasting. Patellofemorale pijnklachten komen daardoor regelmatig voor. Er zijn verschillende namen om pijn rondom de knieschijf te beschrijven. Ventrale kniepijn, patellofemoraal pijnsyndroom, patellofemorale chondropathie en patellofemorale dysfunctie. Vroeger werden deze pijnklachten bij tieners geduid als groeipijn. Een andere oorzaak werd toegeschreven aan kraakbeen beschadigingen of afwijkingen. Vaak bleek het kraakbeen, zeker bij de tieners, gewoon in goede staat. De inzichten rond patellofemorale kniepijn zijn de afgelopen jaren verbeterd. 

Patellofemorale kniepijn komt meer voor bij meisjes dan bij jongens rond de puberteit. Ook zie je de klachten vooral bij sporters met eenzijdige belasting (wielrennen, schaatsen en hardlopen) en bij mensen die hun spiersysteem onvoldoende onderhouden. Mensen die langdurig zitten en eenzijdig hun lichaam belasten op het kantoor, hebben een risico om patellofemorale knieklachten te ontwikkelen.


Wat is de oorzaak voor knieschijfklachten?

De oorzaak voor de pijnklachten is niet geheel duidelijk. Een van de redenen is vermoedelijk de verhoogde druk op het kraakbeen achter de knieschijf, maar ook irritatie van het kapsel rondom de knieschijf. 

– Overbelasting: door veel trap lopen, knielen, hurken of fietsen met veel weerstand.
– Overgewicht: verhoogt de druk op de knieschijf, waardoor de kans op overbelasting toeneemt. 
– Standsafwijking: door een standafwijking X- of O-benen, platvoeten of afwijkingen aan de vorm van de knieschijf of trochlea kan het voorkomen dat de knieschijf niet goed door de groeve in het bovenbeen glijdt. Hierdoor kan het knieschijfgewricht geïrriteerd raken. 
– Zwakke spieren: verminderde kracht van de bovenbeen spieren. Dit is een van de redenen dat knieschijfklachten vaak voorkomen na een knieoperatie.
– Achterste kruisbandletsel: hierdoor kan het onderbeen ten opzichte van het bovenbeen verder naar voren te staan. Hierdoor neemt de mechanische druk toe op de knieschijf.


Wat is de behandeling van knieschijfklachten?

Aangezien de oorzaak van patellofemorale pijn multifactorieel is, zijn er verschillende behandelmogelijkheden. Belangrijk om te weten is dat de knieschijf een schakel is in een totale functionele beweegketen. De behandeling kan zich daarom richten op de rug, heup, enkel, voet en natuurlijk ook de knie zelf. De oefeningen zijn gericht om de alignment van de knie te optimaliseren waardoor de druk op de knieschijf verminderd. Daarnaast kan de behandeling bestaan uit pijneducatie en uitleg over het (complexe) werkingsmechanisme van pijn. 

De klachten zijn doorgaans lang aanwezig voordat een behandeling gestart wordt. Het herstel kost daarom meer tijd. Het beloop wisselt vaak ook nog met periodes van meer en minder pijn. Hierbij is het onvoldoende afstemmen van de belasting op de belastbaarheid van de knie een veel gehoorde reden. 

Er is vanuit de wetenschap geen consensus over de meest efficiënte behandeling. Bij elke revalidatie zal individueel bepaald moeten worden wat de beste aanpak is. 

Wil je meer weten? klik dan op onderstaande links.