Last van een lopersknie?
(tractus iliotibialis syndroom)

Wat is een tractus iliotibialis syndroom? 

Aan de buitenzijde van het bovenbeen zit een grote peesplaat of verdikking van de fascielaag die de Tractus Ioliotibialis vormt. De peesplaat zit vast aan de buitenzijde van de knie en hecht aan op het bekken. 

Het Ilioibiaal Frictiesyndroom (ITBS) is een overbelastingsblessure aan de buitenzijde van de knie. Het wordt ook wel een lopersknie of runnersknee genoemd, omdat het vooral voorkomt bij hardlopers en wandelaars. Ook mensen die inactief zijn, hebben een grotere kans om het ITBS te krijgen. De klachten ontstaan meestal door langdurige en eenzijdige belasting. De peesplaat wrijft en drukt repeterend over het uitstekende gedeelte van het bovenbeenbot (laterale femurcondyl). Hierdoor kan de peesplaat aan de buitenzijde van de knie geïrriteerd raken en pijn doen. De hoogste druk op de peesplaat zit rond de 30 graden knie buiging. Dit verklaart waarom vooral hardlopers, fietsers en wandelaars deze klachten kunnen ontwikkelen.

Wat is de oorzaak voor het ontwikkelen van een ITBS?

Er zijn meerdere oorzaken in de literatuur beschreven voor het onwikkelen van ITBS klachten. Hieronder staat een lijstje met de meest bekende oorzaken
– O-benen.
– Overpronatie (de manier waarop de voet kantelt tijdens het hardlopen).
– Versleten schoenen.
– Hardlopen aan de rand van de weg.
– Onvoldoende kracht heup- en bilspieren.
– Onvoldoende stabiliteit.
– Te snelle opbouw van training.
– Verkeerde afstelling fiets (bijvoorbeeld het zadel te hoog).

Zwakte van de bil- en bovenbeenspieren, met name de abductoren, wordt gezien als een belangrijke risico factor. Door verminderde controle van deze spieren tijdens de opvangfase zakt de hardloper meer door de heup. De spanning op de peesplaat neemt hierdoor toe.

Wat is de behandeling van een ITBS

In de acute fase: In de acute fase (klachten zijn net ontstaat) is gedoseerd bewegen belangrijk. Respecteer de pijn, maar blijf bewegen binnen de mogelijkheden. Gebruik in overleg met de huisarts pijnmedicatie en/of ijs (max 10 min) op de pijnlijke plek. Gebruik altijd een tussenlaag en ijs niet direct op de huid. In het uiterste geval kan een injectie met corticosteroïden worden overwogen. 

In de revalidatie fase: Voor een optimaal herstel is het belangrijk om de individuele risicofactoren in kaart te brengen. Het zou bijvoorbeeld zonde zijn dat je klachten terugkomen, doordat je op oude schoenen aan het trainen bent.  

De oefentherapie wordt opgestart waarbij het verbeteren van de kracht rond het bekken en de heupheffers belangrijk is. Daarbij is het ook goed om de beenspieren te versterken. Eventueel kan het rekken van de spieren rond het bekken helpen en de foamroller voor massage. De belasting van het wandelen, hardlopen en/of fietsen kan op een gegeven moment geleidelijk worden opgebouwd. 

Behalve goed en gedoseerd trainen is het belangrijk om het looppatroon en/of hardlooptechniek te laten beoordelen door een ervaren fysiotherapeut. Een van de meest gemaakte fouten tijdens het hardlopen is een te grote stap en dus lage stap frequentie. Probeer de frequentie eens te verhogen naar 170-180 stappen per minuut. Gebruik hiervoor eventueel een muziekje waarbij de beat wordt aangegeven. Een andere mogelijkheid wat kan helpen bij het herstel zijn (sport)zooltjes. Heb je vooral last bij fietsen, laat dan je fiets afstellen bij een erkende fietsenwinkel.  

Wil je meer weten? Klik dan op onderstaande link.